Proloog – Leo’s Doldwaze avonturen in het kalifaat

In den beginne was er het nummer Bom, hieronder via youtube te beluisteren. Mijn verwondering over wat er op een bepaald moment in de wereld gebeurde (de oprichting van IS) verwoordde ik in “Bom” maar mijn verwondering was groter dan een nummer van slechts 7 minuten. als je niet wilt scrollen: hier de hoofdstukken van het boek en Onderaan de tekst kan je door naar het boek.

 

Ik zit hier met mijn vrienden

Op tafel ligt een boek

We praten over vrouwen

Een maagd is wat ik zoek

Ik wandel naar de markt

Gespannen als een veer

Lachende gezichten

Voor de allerlaatste keer

Ik trek de pin eruit

Ik wil alles dood

Ik wil de hemel in

En de straat kleurt rood

Van boven Kijk ik neer

Heel zelf voldaan

beter dan de rest

beter dan allemaal

Zie mijn moeder zitten

wachtend op de trein

Mijn vrienden zitten naast haar

Wil schreeuwen, voel de pijn

Hij trekt de pin eruit

Hij wil alles dood

hij wil de hemel in

En de vloer kleurt rood

Van boven kijk ik neer

Een traan op mijn gezicht

Dooft het nieuwe licht

Ik zie mijn vrienden zitten

De bommenjas al klaar

Mijn kind komt binnen lopen

Blind voor het gevaar

Hij trekt de pin eruit

Niet bang voor de dood

Doet wat hem is verteld

En de straat kleurt rood

wanhopig kijk ik neer

ondraaglijke pijn

Huilend zak ik neer

In het paradijs

pijl volgende 100

Hoofdstukken Leo s Doldwaze Avonturen in het Kalifaat

Leo’s Doldwaze avonturen in het Kalifaat

Hoofdstukken:

Proloog

1 – Baard

2 – Kleedje

3 – Rietje

4 – Sapmeister

5 – Mo

6 – Vinger

7 – Zwaaien

8 – Jaloezie

9 – In Dubio

10 – Naaien

11 – Leodians

12 – Vrouwenverzet

13 – India

14 – Ongeluk

15 – Geluk bij een ongeluk

16 – Liefde

17 – Heilig Braaksel

18 – Vanessa

19 – Moeder

20 – Vader

21 – Begrafenis

22 – Bassie en Adriaan

23 – Pijn

24 – Mohannes

25 – Vertrek

26 – Trein

27 – Ballen

28 – Geitenpis

29 – Crisis

30 – Terug

31 – Te laat

31 – Te Laat

Mohannes ziet zijn jaknikkers ronddolen en als kippen zonder kop lopen ze over de binnenplaats. Buiten het paleis stijgen de zwarte rookwolken op en lopen er ook heel veel mensen over straat en die maken veel lawaai. Het is niet echt duidelijk waar ze voor of tegen zijn, maar het is in ieder geval erg onrustig. Denkend aan zijn moeder ziet Mohannes het grote plaatje en voelt zich ineens chef lege dozen. Het is een soort zinkend schip geworden dat Kalifaat. Hij vraagt zich af of hij met zijn verkregen macht de boel nog kan keren, maar dat zit er niet in. Er zijn te veel doden gevallen, mensen gemarteld en verkracht. Er zijn te veel vijanden gemaakt.

Mohannes zakt neer in een hoekje van de kamer en probeert zijn tranen te drogen. Dat lukt niet, het is te laat.

 

pijl vorige 100

30 – Terug

Leo en Robbie hebben het vliegveld al in zicht en Leo begint steeds harder te lopen. Dat bevalt zijn vader niet want die loopt te sjouwen met een grote rugtas vol antikaterdrank en eten. Op het moment dat Leo zo’n meter of vijf voor hem loopt laat Robbie een harde boer, zo hard dat de mensen eromheen hem afkeurend aankijken. Leo stopt want dat teken herkent hij.

Toen Leo een klein ventje was gingen ze nog wel eens met de familie naar Duinrel, een pretpark in de buurt. Door de opwinding ging Leo dan altijd heel hard lopen want hij wilde alle attracties in en zijn vader en moeder konden hem nooit bijhouden. Met een harde boer werd hem altijd een halt toegeroepen. Schreeuwen deden ze niet, dat vonden ze ordinair.
Op een feestje had Robbie eens verteld dat hij op commando boeren kon laten. Dat was op die feestjes nooit zo moeilijk want dan zat er al een paar liter bier in en dat boert nu eenmaal makkelijker.

In de stad of op het schoolplein was het een ander verhaal, vond iedereen. Dat vond Robbie niet en hij zou het bewijzen ook. De eerste keer tijdens boodschappen doen klonk als een smurfenboertje, maar Robbie bleef oefenen. Of hij nou in de winkelstraat, op het voetbalveld of op het schoolplein stond, er werd constant geboerd en ze werden dan ook steeds luider. In het begin schaamde Leo zich voor zijn vader als ze weer eens door de stad liepen en Robbie ineens een voetbalvriend zag om vervolgens hard te boeren. Leo werd ouder, de schaamte verdween en maakte plaats voor een lach telkens als er een boer gelaten werd. Robbie bleef er maar mee doorgaan en hij kreeg dan ook de bijnaam BoerenRobbie. Er werd zelfs een liedje over gemaakt door kroegenvrienden van hem.

Ooit zat hij in de stadsschouwburg te kijken naar een cabaretier en aan de andere kant op het balkon zat een maat van hem. Een knalharde boer volgde en Robbie werd het theater uitgezet. Zijn maat bleef lachen, maar die kon lekker blijven zitten. Vanaf dat moment stopte hij ermee. Tot nu dan, dit was een noodsituatie en Leo is weer even een kleine Rutger en staat direct stokstijf stil. Dat werkt dus nog denkt Robbie.

Samen lopen ze de terminal in, kijken elkaar aan en zeggen synchroon; “Nu alleen nog even tickets kopen”. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, Robbie tovert zijn paspoort tevoorschijn, maar Leo heeft zijn paspoort allang niet meer. Die tekeningen op zijn gezicht helpen ook niet echt dus wordt er eerst een toilet opgezocht om die snor en baard eraf te wassen. Met zijn vertrouwde blote billengezicht loopt Leo de terminal weer in.

Er is natuurlijk wel het gevaar dat hij herkend wordt want hij wordt nog steeds gezocht door de Kalief. In de terminal wordt hij inderdaad vrij snel herkend, maar gelukkig zijn het Leodians, hij heeft zelfs volgers tot in de hoogste regionen op het vliegveld. Een ticket blijkt plotseling erg eenvoudig. Een selfie en een handtekening blijken voldoende en voordat Leo er erg inheeft zitten ze in het vliegtuig op weg naar Nederland.

wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100

29 – Crisis

Mohannes zit in een identiteitscrisis, hij hoort zijn vader van boven zeggen: “het gaat prima zo Sjef”, terwijl hij weet dat zijn moeder het tegenovergestelde denkt. Hij heeft al zo’n pleurishekel aan zijn vader en dan noemt die hem ook nog steeds schele. Het is dan  niet echt maar toch doet het pijn. Aan de andere kant is daar ook een beetje de goedkeuring die hij vroeger ook al zocht bij zijn vader. Mohannes wordt innerlijk verscheurd evenals het Kalifaat dat steeds kleiner wordt.

Eigenlijk wil hij raad van zijn moeder die, normaal gesproken, altijd alles goed vind van Mohannes en altijd voor hem klaar staat. Het probleem is dat zijn moeder weg is. Op een dag ging ze naar haar broer in een andere stad, met de trein, en ze is nooit meer teruggekomen. Er zijn wel aanslagen geweest in die periode op de markt en in het station, maar er hij heeft nooit meer iets van zijn moeder gehoord. Mohannes denkt dat zijn moeder uit angst is weggebleven en onderdak heeft gezocht bij familie ver weg.

Vrienden zeiden dat ze wellicht was omgekomen bij een aanslag, maar daar is nooit enig bewijs voor geleverd en dat is verder dan ook onbespreekbaar bij Mohannes. Nu heeft hij haar nodig en gaat hij twijfelen, ook omdat hij is gaan inzien wat er allemaal gebeurt in het Kalifaat. Het is net alsof hij met het verkrijgen van de macht ook een beetje het licht is gaan zien. Alsof messias Leo hem de ogen een beetje heeft geopend.

wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100

28 – Geitenpis

De trein arriveert op de eindbestemming, station Abyubad centraal. Het is een enorme trein met meer dan duizend passagiers die allemaal tegelijk uit willen stappen. Dat gaat dan ook niet eenvoudig, gelukkig heeft Leo geen bagage dus is hij redelijk snel de trein uit. De vrouw met de bananen doet er aanmerkelijk langer over evenals die man met zijn geit. Die geit heeft ook nog eens zitten pissen in de trein en de treinvloer is dan ook drijfnat.

Iedereen die uit dat treinstel komt, ruikt een beetje naar de geitenpis of in ieder geval alle voeten van die mensen. Als je toevallig rubberen laarzen aan hebt zit je goed, maar de meesten hebben een soort pantoffels aan van stof en daar is al die geitenpis ingetrokken. Zo ook bij Leo dus die moet kiezen, blote voeten of pislucht. Hij kiest voor het laatste want dat loopt toch het snelst en buiten dat zal die lucht in een paar dagen wel weg trekken. Toch kiezen veel medereizigers voor het eerste en er blijft dan ook een grote berg aan geitenpis ruikende pantoffels liggen op het perron.

Leo loopt mee met de massa en vraagt aan zijn buurman waar iedereen naar toe gaat. De meesten gaan naar vrienden of familie in de stad net zoals zijn buurman. Er wordt hem direct een slaapplaats aangeboden en Leo twijfelt even. Het is een hele vriendelijke man die naar zijn neef toe gaat aan de rand van de stad. Die neef heeft een winkeltje, dat is dan weer niet verbazingwekkend want iedereen lijkt een winkeltje te hebben. Als je mensen spreekt dan lijkt het wel of er meer winkels dan inwoners in de stad zijn. Deze neef heeft een telefoonwinkeltje. Leo heeft het idee dat hij de criminele kant opgetrokken wordt als hij met zijn buurman meegaat dus hij slaat het aanbod af.

Het is natuurlijk de bedoeling het land uit gaan. Het is wel een beetje de vraag welk land Leo dan in wil als hij het Kalifaat uit wil. De omliggende landen zijn niet veel beter. Terwijl hij een manier bedenkt om zich aan het gesprek met zijn buurman te onttrekken ziet hij vanuit zijn ooghoek zowaar zijn vader lopen met die grote rugzak aan zijn schouder. Hij heeft nog net geen biertje in zijn hand en wil wel, maar krijgt niet de mogelijkheid om te zwalken, zo druk is het op straat. Leo gebaard zijn buurman dat hij een bekende ziet en zoekt oogcontact met zijn vader. Die is nogal verbaasd als zijn zoon met een getekende snor en baard ineens naast hem loopt. “Het is toch geen carnaval hier” zegt hij. Leo begrijpt het niet helemaal want is die tekeningen allang vergeten. “Kan ik met je mee, Pa” zegt Leo. Robbie kijkt zijn zoon aan en weet niet of hij moet huilen of lachen. Ziet de vragende ogen van zijn zoon en ook die tekening op zijn gezicht. Zonder woorden slaat hij zijn arm om zijn zoon, “tuurlijk jongen”, zegt hij huilend van het lachen. “Op naar het vliegveld dan maar” zegt Robbie.

wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100

27 – Ballen

De Kalief is met heel andere zaken bezig. Messias Leo staat dan wel op zijn verlanglijstje, maar dat is niet zijn grootste probleem. Er zijn ondertussen allerlei figuren die zijn plek willen hebben en daarbij staat het hele Kalifaat een beetje te wankelen. Steeds meer volgelingen komen om in de strijd en het gebied word steeds kleiner. Het gaat niet zo eenvoudig meer tegenwoordig, er zijn steeds minder bomgordelaars voorradig en de vrouwen raken ook een beetje op.

Natuurlijk zijn er ook nog kinderen, maar Mohannes heeft er zelf zes, dus dat pad wil hij niet op. In de verte heeft hij gehoord dat er partijen willen praten over vrede en dat wil hij wel verder onderzoeken. In de hoop dat ze zelf een gebied krijgen toegewezen waar ze hun Kalifaat kunnen verwezenlijken. Hij heeft echter niet in de gaten hoe groot de weerstand hiertegen is. Heel veel landen zien het als een moorddadig regime, zelf begrijpt Mohannes dat niet, in eerste instantie tenminste. Hij gaat eens nadenken over het hoe en wat en waar en het wel en wee van het kalifaat, en beseft dat er wel erg veel moord en doodslag in voorkomt. Het is dan wel uit de naam van de profeet, maar toch. Godverkut denkt hij, maar dan in het Arabisch. Mohannes wil ook alleen maar macht en een mooi leven, maar dat komt nu op de tocht te staan

Toen hij jong was en in het dorp naar school ging, werd hij altijd gepest. Hij keek scheel en dat werd hem nagedragen. Op een dag raakte hij na een ruzie in gevecht met zijn grootste klasgenoot. Die jongen was veel sterker en groter, maar Mohannes wist hem bij zijn ballen te pakken en zo hard te knijpen dat de grote jongen het uitschreeuwde. Dit was een mooi gevoel van macht en hij hield de ballen van de jongen nog wat langer en harder vast. “Beloof jij dat je altijd doe wat ik je zeg” zei Mohannes met de ballen nog in zijn hand. Die jongen kon weinig anders dan ja zeggen en was dan ook zijn eerste volgeling. Deze macht was waarachtig, dit was de drive van Mohannes al die jaren.
Mohannes is nu Kalief, nog steeds scheel maar niemand die er iets van durft te zeggen.

Zijn vader noemde hem altijd Sjef, dat was Arabisch voor schele. De vader van Mohannes is overleden toen hij 12 was.
Bij elke voetbalwedstrijd kijkt hij even naar boven en vraagt zijn vader of het goed is. Zijn moeder heeft voor hem gezorgd en hem opgevoed samen met zijn 5 broers. Mohannes heeft dus iets meer gevoel voor zijn moeder. Hij kan er nog wel eens emotioneel van worden, zal zijn moeder het goedvinden dat hij Kalief is? Hoe zijn vader er over zou denken zal hem een worst zijn. Zijn moeder is zijn baken.

wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100

26 – Trein

Door de achterdeur vlucht hij weg, hij kan nog wel denken aan Melissa, maar heeft geen idee waar ze is. Kalief beschermt haar wel, die laat zijn meisje niets overkomen. Althans daar gaat Leo dan maar van uit.
Leo doet zijn capuchon op en mengt zich tussen de massa. Hij heeft een baard en een hele dikke snor op zijn gezicht getekend en wordt direct niet meer herkend tussen alle mensen. Honderden, duizenden lopen er. Allemaal richting station, daar worden ze naartoe geleid door de vele honderden volgers van Mohannes.

Elk nadeel heb zijn voordeel mompelt Leo, denkend aan de Nederlandse messias. Hij loopt met een glimlach naar het station. Daar scoort hij de trein naar Abyudda om daar vandaan zijn vrijheid weer tegemoet te gaan. Tenminste, dat hoopt hij. Derde klas zit hij, tussen de geiten en de kippen in de trein. Door het raam worden allerlei zaken doorgegeven, eten, drinken en boekjes. Het eten is in de meest rauwe vorm, stengels suikerriet komen binnen en worden verdeeld onder de passagiers. Leo krijgt ook een stuk en hij probeert te kauwen, maar het is niet een beetje, maar heel heel erg hard. Het is dat hij geen kunstgebit heeft anders lag die in drie stukken op de grond. Met een zakmes probeert hij het in stukjes te snijden. Het is prettig dat hij iets te eten heeft en ook al valt het niet mee, het smaakt toch redelijk.

De geit die even verder zit krijgt ook een stuk, maar die eet het veel sneller op. Het is een treinreis van zeker 17 uur, dat had Leo zich nog niet gerealiseerd maar het land is een stuk groter dan Nederland en de trein rijdt er een stuk langzamer. Het is wel gezelliger in de trein en Leo vermaakt zich eigenlijk prima. Soms stoppen ze voor een half uurtje en dan kan iedereen er uit om eten te halen en naar de wc te gaan. In de trein is er geen wc, als er onderweg mensen moeten poepen of plassen dan moeten ze het op houden, of uit de rijdende trein doen. Hij zag dat een klein jongentje vastgehouden werd voor het raam, dat kleine piemeltje werd naar buiten gericht tussen de tralies door en het jongentje werd gesommeerd te plassen. Dat het bij de volgende coupe weer naar binnen vloog leek niemand te deren.

Wel moet iedereen op tijd terug zijn want de trein gaat zonder pardon weer verder. Menigmaal ziet Leo passagiers rennen om weer in de trein te springen als hij al wegrijd. Een enkeling redt het niet, daar word veel poeha over gemaakt, maar de trein rijdt gewoon door. Slapen gaat niet in de trein, Leo probeert het wel maar is zo gespannen dat hij herkend word dat hij zijn ogen niet durft te sluiten. Er word ook gezocht naar hem alleen niet in deze trein, zo lijkt het in ieder geval.

Er zitten wel allerlei rare figuren in deze trein zoals die man met die zwart witte jurk en zijn haren recht overeind als ware het een Robert Smith van the Cure. Ergens kan hij zo terug in de jaren 80 met die jurk en dat kapsel. In Nederland wordt zo’n figuur raar aangekeken en achter zijn rug om uitgelachen en gefilmd door de schooljeugd, maar hier in het Kalilfaat is dat een ander verhaal. Hier wordt deze meneer met rust gelaten. Mensen hier zijn al murw geslagen en hebben al zoveel verschrikkelijke en gekke dingen gezien dat ze dit maar laten.

Ook de vrouw met wasmand vol met bananen valt op. Af en toe geeft ze een banaan aan iemand, maar dat zijn er niet meer dan 4 in totaal. Ze heeft een kapje op haar hoofd en daar een bril bovenop. Zeker drie lagen kleding heeft ze over elkaar aan en groene rubber laarzen. Leo heeft zulke mensen wel eens gezien vroeger, maar dat was bij een instelling in Oegstgeest. Waar psychisch verwarde mensen wonen. Hij had een vriend in Oegstgeest en die woonde vlak bij die instelling.

Ze voetbalden altijd samen en vaak genoeg wilde er iemand mee doen die in de instelling woonde. Meestal werd dat niets want de motoriek was wat stijfjes bij de meesten. Soms liepen ze ook gewoon de andere kant op. Een keer was er iemand die heel erg goed allerlei trucjes beheerste. Die kwam regelmatig, maar op een dag kwam hij niet meer en nooit meer wat van gehoord. Het was een Marokkaanse jongen en hij heette Ismael. Het is jammer dat hij geestelijk niet in orde was want hij kon voetballen als de beste. Schoot vanuit elke hoek elke bal precies waar hij wilde. Buiten dat was het een vriendelijke zachtaardige jongen. Leo krijgt direct heimwee naar hem.

pijl vorige 100    pijl volgende 100

25 – Vertrek

Als Leo weer wakker wordt, de volgende ochtend, staat zijn vader al een eitje te bakken. “Pijn in m’n kneiter Rut”, zegt Robbie, “hebbie een paracetamolletje”. Ja dat is lastig in deze omstreken, er zijn zoveel mensen met hoofdpijn dat alle pijnstillers al lang en breed verbruikt zijn. Er is wel een lokaal middeltje wat nog eens wil helpen tegen hoofdpijn, of het net zo goed helpt tegen een kater weet Leo niet. Komijn met dadel en eigeel, even mengen met olijfolie en anijs. 10 minuten schudden, door de thee mengen en opdrinken. Leo heeft nog een paar liter in de kast staan, voor het geval dat. Nou dit is dus zo’n geval en Robbie slurpt een behoorlijke bak thee naar binnen. Hij voelt het al een beetje zakken, krijgt tegelijkertijd ook wat braakneigingen, maar weet dat netjes binnenboord te houden. Na een half uurtje is de hoofdpijn gezakt en ook de misselijkheid is weg.

Robbie krijgt twee flessen mee naar huis omdat het zo goed werkt bij hem, daar kan hij de blits wel mee maken bij zijn vrienden. “Wil je echt niet blijven ,Pa” zegt Leo. Robbie is al een beetje op leeftijd en lichamelijk niet al te best meer, geestelijk gaat het nog wel ondanks dat hij toch behoorlijk vaak in de herhaling valt, maar dat kan ook de drank zijn. “Nee Rut, ik peert hem” en Leo krijgt een dikke omhelzing van zijn vader. “Geef Melis ook nog een knuffel van me en wellicht tot later” zegt Robbie. Met een rugzak vol anti hoofdpijn drank en flessen sapdiners van Melissa gaat Leo’s vader weer op pad, terug naar huis. Hij weet natuurlijk nog niets van het veranderde bewind en de strengere regels van de nieuwe kalief. De paden op en de lanen in zingt hij als hij wegloopt, Leo moet wat lachen als hij zijn oude vader zo onbezonnen op pad ziet gaan.

Er is een nieuw besef bij hem gekomen, van zijn verleden en zijn familie en hij begint ook een beetje te twijfelen of hij misschien ook terug richting Leiden wil gaan. Ondertussen blijft het onveranderd druk langs het raam bij hem, de gordijnen gaan weer open en de stoet mensen met het gemurmel begint weer. Robbie is opgegaan in de massa en vele mannen en vrouwen storten zich weer voor het raam van Leo. Hoe mooi de vrouwen en hoe laag de decolletés ook zijn het begint hem zo langzamerhand te storen.

Leo staat er akelig alleen voor en hij wil een plan smeden om hier uit te komen. Het is een beetje lastig, omdat Melissa voorheen Leo’s steun en toeverlaat was.
Melissa maakte altijd de plannen en dat ging Leo dan vervolgens uitvoeren. Dat gaat nu niet meer. Zal hij haar meenemen als hij weggaat?, daar doemt ineens een soort dilemma op. Melis is erg happy met kalief, maar aan de andere kant kunnen die twee ook niet echt zonder de sturende hand van Leo. Helikopters cirkelen boven zijn huis en geweerschoten maken enorme herrie.

De massa voor het raam van Leo schiet alle kanten op, het lijkt of ze aangevallen worden. De vraag is alleen door wie, alle buitenlandse inmenging in het kalifaat ten spijt lijken dit toch helikopters van de machthebbers zelf. Een man met hele grote oren springt door het raam naar binnen, “wegwezen, vluchten” schreeuwt hij tegen Leo, “de nieuwe Kalief wil je dood hebben. Hij wil je niet opsluiten want dan komt iedereen weer naar de gevangenis, nee hij wil je echt dood hebben”. Paniek schiet in de ogen van Leo, hij moet aan zijn vader denken die daar ergens tussen de massa moet lopen en beschoten wordt.

Wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100

24 – Mohannes

Er zijn acht jaknikkers en één van hen moet de nieuwe Kalief worden, hoe moeten ze dat eens regelen. er is er één met een snor en die komt het meest in aanmerking. Het is geen gewone doorsnee snor, het is een kunstwerk, met grote gedraaide punten die uiteindelijk constant naar Mekka wijzen, heel wonderlijk. Toch zijn er een paar anderen die ook de baas willen worden en die plannen smeden om ‘de snor’ van zijn snor te ontdoen. Zo zou hij zijn natuurlijke voorsprong kwijt raken, denken zij. Dat het hele Kalifaat aan het afbrokkelen is daar hebben zij geen weet van. Eerst de machtsovername. Mohannes, zo heet de snor, is een beetje een ouwe brombeer. Wel is hij een stuk slimmer dan de anderen dus heeft hij een plan om de macht te pakken.

In de voorafgaande weken, zelfs maanden, is Mohannes regelmatig te vinden in de dichtstbijzijnde grote stad Abyudda. Daar heeft hij allerlei medestanders verzameld, omdat hij dit moment aan zag komen. Het is en vrij grote stad met zeker meer dan een miljoen inwoners en compleet in het regime van de Kalief. Omdat de Kalief wat discutabele beslissingen heeft genomen, dat gebeuren met die Bassie en Adriaan films bijvoorbeeld, kan Mohannes op een slinkse manier medestanders om zich heen verzamelen. Niet iedereen, zeg maar gerust alle volwassenen, is gelukkig met die films dus stelt Mohannes andere films in het vooruitzicht. Veelal in de lijn van het nieuwe geloof dus met veel bidden en onthoofden. Dat is toch het soort vermaak waar iedereen wel warm van wordt. Op het Marktplein zijn ook al bijna geen onthoofdingen en martelingen meer te zien dus Mohannes ziet een gat in de markt.

Entertainment is wel wat iedereen op de been houdt, het is niet te doen anders met die constante dreiging van dood en verderf.
Een mooi nieuw sprankelend tv station word in het vooruitzicht gesteld. Zo zijn er al gauw een paar honderd mannen geïnteresseerd in de plannen.

Met deze achterban kan Mohannes de sprong wel wagen, hij belt wat mensen op en binnen een dag staan er honderden mannen op de stoep te schreeuwen om Mohannes, de nieuwe leider. De andere jaknikkers zijn zo overvallen door deze hoeveelheid aan mensen dat ze uit een soort gewoonte mee zijn gaan schreeuwen. Mohannes, Mohannes, joelen ze en omdat iedereen blij kijkt worden zij ook blij, uit gewoonte. Als Mohannes tot kalief gekroond word beseffen ze het pas en dan is het te laat.
Mohannes de snor is de nieuwe Kalief.

wordt vervolgd

pijl vorige 100    pijl volgende 100