Berrie Baudet

Ik zie weer licht aan het eind van de tunnel. Mijn muze, Donald Trump, is een beetje uit het zicht verdwenen maar de Nederlandse Donald staat alweer hard aan de deur te rammelen, Thierry Baudet. Ik vind Thierry te lastig en te Frans dus ik noem hem gewoon Berrie, klinkt ook veel beter, Berrie Baudet.

Berrie is de lagenlanden versie van Donald, hij loopt weg als er kritische vragen worden gesteld of zegt interviews af en anders liegt hij gewoon de boel aan elkaar. Waar Donald de feiten alternatief noemde zegt Berrie dat het een kwestie van interpretatie is. The Donald had zijn ‘rally’s’ en Berrie had zijn ‘vrijheidskaravaan’ waar enorme grote mensenmassa’s op af kwamen. Trump verloor de verkiezingen en claimde grootschalige fraude, dat hij van de 61 rechtszaken er 60 verloor deed er even niet toe. Baudet riep nu op de pleintjes en parkeerplaatsen dat er fraude is gepleegd. Ook de corona pakt Berrie aan op dezelfde manier als zijn voorbeeld, gewoon ontkennen en de wetenschap verwerpen omdat hij zijn eigen wetenschap heeft. Hetzelfde geldt voor het klimaatprobleem op de wereld, die is er niet volgens het alwetende duo Berrie en Donnie. Waar Trump Kanye West als volger heeft moet Baudet het doen met Lange Frans. De overeenkomsten zijn onmiskenbaar, Baudet is een kleine Trump, weliswaar met een iets hoger IQ, maar minstens net zo narcistisch.

De formatie moet nog beginnen en Berrie wordt met open armen ontvangen door de verkenners/formateurs althans in Berriewereld want met zijn absurde standpunten is hij uitgesloten door vrijwel elke partij. Om het kort te houden: Ik heb er zin an!

Wordt vervolgd

BBQ Horror

Volgens onze dochter heeft er maar één iemand de broek aan in huis en dat ben ik niet. In het gezin ben ik mama’s bitch, dàt, gecombineerd met mijn zwakke rug (je hebt toch al geen ruggegraat, pap) en mijn vermeende vergeetachtigheid (heb je weer last van je Alzheimer, pap), maakt mij niet tot de macho man die ik denk te zijn. De man in huis, die de boeven wegjaagt in de nacht, die de belangrijke beslissingen maakt, die het vlees snijdt elke zondag, die zorgt voor brood op de plank, die man ben ik dus niet, in de ogen van mijn kinderen in ieder geval.

Nu komt daar de Barbecue nog bij, wat een kwelling is dat. Er wordt een heel ritueel opgevoerd om stukken dood dier boven een vuurtje op een roostertje te laten aanbranden. Het gaat tien keer zo makkelijk op een gasfornuis, die iedereen in de keuken heeft staan, dan in een tuin, op een grasveldje, op een 20 euro action barbecue, waar de satéstokjes continu gedraaid moeten worden zodat ze niet zwart worden. Daar draait een ervaren barbecueër zij hand niet voor om of in dit geval wel eigenlijk.

De geoefende barbecueër heeft er één op werkhoogte, kan je gewoon blijven staan met een biertje in je hand, want dat hoort erbij, bier. Het zijn dan ook altijd mannen die achter de barbecue staan, die zichzelf BarbecueMeister, Grillmaster of BBQ King noemen. Dat er geen Q zit in het woord barbecue ontgaat de meesten. Een stapje hoger op de ladder staat de gasbarbecue, dit luxe campingsetje wordt waarschijnlijk gebruikt door luie, amateur barbecuers. Mannen die er wel bij willen horen maar voornamelijk geïnteresseerd zijn in de randverschijnselen van het tuinfeest, het drinken.

Dan is er nog de overtreffende trap, dat zijn echte mannen met een Green Egg, de Louis Vuitton onder de barbecues. Het lijkt op een soort ruimteschip uit een Dirk jan strip, ik zie de Orks er zo uitstappen. Je betaalt een godsvermogen voor een barbecue met een groen deksel, die zo perfect mogelijk de omstandigheden van braadpan op een gasfornuis na probeert te bootsen. Kijk dan ben je een echte man als je die in je tuin hebt staan, als je echte mannenvrienden je dan kwijlend aankijken, enigszins jaloers over het eitje wrijven en je goedkeurend toeknikken.

Ik vind het een wonderbaarlijk fenomeen, vooral omdat er tegen het einde van de barbecuesessie tegen de klippen op gegeten moet worden, het vlees moet op, lijkt het. Er is voor honderdvijftig euro vlees ingekocht met een speciale korting want het komt via een vriend van een broer van de nicht van de slager. Het is zeker driehonderd euro waard en ook nog A kwaliteit vlees, dat proef je direct.

Veel mensen hebben zich dan al behoorlijk gevuld met het stokbrood, kaas, chips, gevulde pepers, komkommer en wortelreepjes, als er weer een bord langskomt met satéstokjes en hamburgers. De BBQ master is de hele avond in zijn nopjes achter zijn ei en laaft zich aan de complimenten van de gasten, ook de prestaties van het ei worden opgehemeld. Elke rondgang met een schaal vlees wordt ervaren als een ereronde met de pas gewonnen cup waar de BBQ master tevreden kijkt, als ware het de winnende coach.

Ik zou willen dat ik zo iemand was, een echte man, achter een barbecue, met een schort “Ries BBQ master Sassem Noord” in gotische letters, en dat daar ik sta daar met mijn biertje, die constant voor me bijgevuld wordt door een BBQ groupie. Dat wil ik wel maar ik heb de broek nou eenmaal niet aan, ik ben mama’s bitch, daar heb ik het mee te doen, bovendien eet ik geen vlees dus weet helemaal niet hoe je een speklap of een spare rib moet barbecueën. Ik laat dat dan ook liever over aan echte mannen, met een schort.

Depressieve Zombie met dorst (2)

Alsof hij de hemel binnenloopt, de nacht is zelden zo zwart en koud geweest. Johan kijkt zijn ogen uit, voorzichtig, dat wel, maar hier komt hij thuis. Schemerige en stinkende steegjes en een helse stilte. Er lijkt rook uit de grond te komen, het ruikt als zwavel en de figuren die hij over straat ziet lopen zien er niet al te fris uit en hebben hun blik op oneindig. Hij wordt niet aangekeken, iedereen loopt straal langs hem heen, heerlijk. De eerste de beste kroeg stapt hij binnen, “een biertje of nee doe maar een wodka”. De eenzaamheid duurt niet lang, “kom je hier vaker” hoort hij zichzelf zeggen tegen een dame zonder lippen maar wel met twee tanden, heel gek, maar daar was hij snel aan gewend. De hele nacht drinken en praten ze tot het licht wordt en de zombies weer naar hun bed moeten. Johan krijgt een slaapplek van deze vrouw, een logeerbed wel te verstaan.

De dagen die volgen hebben een beetje hetzelfde stramien, ’s nachts leven (lees drinken) en overdag slapen, als een vampier. Het gedroomde zombiedom is een feest, de eerste twee weken in ieder geval, maar stelt langzamerhand een beetje teleur. Het drijft hem elke avond de kroeg in, om slap te ouwehoeren en af en toe zijn oog uit de wodka te vissen. Die floept er wel eens uit als hij zich druk maakt of als hij veel gedronken heeft. Wel is Gerda in zijn leven gekomen, een ervaren zombie, die wat lichaamsdelen in de loop van de tijd kwijtgeraakt is. Toen ze op een avond ladderzat naar huis ging, bleef er een voet hangen in de tramrails en voordat ze hem op had kunnen pakken was er al een hond mee vandoor gegaan.

Als ze samen zitten te drinken laat Johan zien hoe de grote voetballer Messi altijd juicht. Voor het effect gaat Johan op de grond zitten en steekt hij twee wijsvingers omhoog, terwijl hij zelf ook omhoog kijk, niet wetende dat Gerda vlak boven hem zit. Johan steekt die vingers dwars door haar buik, kijkt even naar boven en ziet twee behoorlijke gaten verschijnen. Gerda vindt dit niet erg, risico van het vak. Tijdens de dronken seksnachten komen die gaten nog wel eens van pas.

Op een doordeweekse avond wordt Johan wakker en kijkt naast zich, het is niet Gerda maar wel iets anders. Het stinkt en er loopt vocht uit maar blijkbaar heeft hij het er wel mee gedaan. Zo’n wilde dag eindigt vaak met halve lichamen en lichaamsdelen verspreid over de kamer en zo ook deze dag. Zijn hoofd is weg. De zoektocht valt niet mee maar uiteindelijk vindt hij hem onder de tafel, zijn oog ligt ernaast.

Het is ook het moment dat de realiteit binnenkomt bij Johan, hij wordt er niet vrolijker op. De drank lonkt en wint het elke avond weer. Het valt niet mee dit gedrag te veranderen en regelmatig verschijnt zijn vrouw uit de andere wereld, Yolanda, weer in zijn hoofd. Het is een beeld dat maar moeilijk weg gaat, elke dag weer en elke dag wordt hij een beetje neerslachtiger, Johan is ten einde raad. Eigenlijk zit er maar een ding op en dat wordt steeds eenvoudiger te accepteren. Johan wil weer terug, het leven in. Met één betraand oog schrijft hij een afscheidsbrief.

Lieve Gerda, ik kan dit niet meer. Het is een ondraaglijk lijden hier in deze donkere wereld, ik blijf mijn gevoelens maar wegdrinken, het is net of niemand mij begrijpt. Drank helpt niet, pillen helpen niet en drugs hebben we hier niet. Ik weet niet meer wat ik nog moet. Ik trek de dood niet langer. Of zoals een groot man ooit zei; Geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug….  Ik wil niet meer dood zijn, ik stap het leven in.  Vaarwel

 

pijl vorige 100

Wat als je Zombie wilt worden (1)

‘Je lijkt gvd wel een zombie, zoals je naar het voetbal zit te turen, hele avonden achter elkaar’. Johan hoort niets want staat al in de zombie modus. Hij is halverwege het zombiedom en het bevalt hem prima. Zijn vrouw daarentegen heeft er meer problemen mee, die wil nog wel eens de stad in, shoppen of naar de IKEA samen met manlief. Dan loopt Johan ook al als een zombie mee dus veel verschil is er niet. Yolanda loopt  geïrriteerd weg, even een luchtje scheppen, een ommetje doen, in ieder geval even weg uit de situatie.

Op het moment dat Johan doorkreeg dat dat zombie gedrag eigenlijk heel prettig voelde, ging hij zich er een beetje in verdiepen. Hij kwam op zombie forums terecht en in zombie praatgroepen. De dag dat hij uit de kast zou komen naderde met rasse schreden. Vrienden van hem zaten al in het traject en hadden zich al laten helpen, enkelen hadden het hele traject doorlopen maar daar hoorde hij dan niets meer van, die waren overgestoken naar het beloofde land of hun hoofd kwijt.

De verzekering vergoedde niets en Johan was stiekem al hard aan het sparen, veel overwerk en dat deed hij dan weer het liefst ’s nachts. Als heftruckchauffeur bij een grote bierbrouwer een dorp verder. Die werkten ook in ploegendiensten en daarom is hij daar is gaan werken. Al een paar jaar is Johan nu bezig met sparen om zijn droom te verwezenlijken. De eerste operatie had hij ook al voor ogen, zijn rechterarm zou eraf gehaald worden en daarna losjes weer aangezet. Op die manier kon hij hem af en toe eens verliezen of een geintje uithalen met zijn collega. Dan zou hij hem een hand geven en nonchalant weglopen, terwijl die collega bleef staan met de arm van Johan in zijn hand. Dit soort grapjes zijn populair op die zombie forums. Het uiteindelijke doel is om zoveel mogelijk lichaamsdelen zombieproof te maken. Het gevaar is wel dat er iets kwijtraakt en dan moet je zonder dat lichaamsdeel verder, maar dat is ook de charme van het zombie-dom. De oudste zombies hebben bar weinig meer over. Zover is Johan nog niet.

De wedstrijd is klaar en Barcelona wint weer eens. Niets nieuws onder de zon, maar toch voelt het anders, als het moment om uit de kast te komen. Alsof het volle maan is. Alle barrières zijn plotseling weg, het maakt hem ineens niet meer uit hoe zijn vrouw zal reageren, of zijn dochter gepest en uitgescholden gaat worden op school en op de hockeyclub. Dat zijn collega’s hem uit zullen lachen en zullen vernederen. Johan voelt zich sterk, Johan voelt zich Messi, hij kan alles.

Het is maatschappelijk geen probleem om vrouwenkleren aan te trekken of jezelf een penis aan te laten meten maar dit is toch andere koek. Johan ademt eens goed in, zet een wat zwaardere stem op en zegt, terwijl hij de tv uitzet, “ik moet je iets vertellen Yo”. Yolan, daarentegen, is in geen velden of wegen te bekennen. Vertwijfeld kijkt hij om zich heen, dat wordt appen. Het is een lang verhaal en het duurt even voordat hij op gang is. Johan wordt altijd uitgelachen door jongeren als hij probeert te appen. De combinatie van dikke vingers, dyslexie en spellingcontrole maakt dat hij na drie kwartier nog niet eens halverwege zijn bekentenis is.

De deur gaat open, hij zit nog midden in zijn verhaal, en Yo komt binnen. Johan staat op, de zware stem blijft achterwege dit keer “Ik moet je iets vertellen Yo”. Als een voorleesboek houdt Johan zijn telefoon vlak voor zijn gezicht, met zijn leesbril op leest hij het halve verhaal voor: “Yo, de laatste jaren ben ik mezelf niet meer, ik kan zo niet leven. Ik wil…..” Dan weet hij het niet meer, hij kijkt iets omhoog en wordt van zijn à propos gebracht door zijn vrouw. Die is even gaan zitten, lijkbleek en met rode vochtige ogen is het net een beginnend zombie. “Ik weet het al jaren” zegt ze met trillende stem en ik zeg het ook al jaren tegen je. ‘Oh’ zegt Johan. Johan is niet zo lang van stof.

Dat voorlezen is dan ook uitzonderlijk, zo lang is hij nog nooit aan het woord geweest.
Zijn geheime spaarrekening biecht hij ook op aan Yo, die is daar niet bepaald blij mee. Er schieten haar allerlei IKEA en woonboulevard momenten voor de geest, wat voor mooie lampen, placemats en douchegordijnen ze niet had kunnen aanschaffen met dat geld. De blik van Johan was toen in de IKEA te omschrijven als onwillig, maar nu valt het kwartje. Er vallen wel meer kwartjes, het kwijlen en de almaar sterkere geur bijvoorbeeld.

Johan daarentegen voelt zich als herboren, de weg naar het zombie-dom ligt open. Hij kan zijn geluk niet op, al zijn dromen lijken uit te komen. Van operatie naar operatie, ziekenhuis in, ziekenhuis uit, het kan allemaal niet op. Dat er af en toe iets mis gaat, is ook niet erg, risico van het vak zegt Johan wijzend naar waar eens een oor zat en nu alleen een middelgrote oorlel bengelt. In de nacht valt zijn oog er regelmatig uit, gelukkig helpt zijn vrouw dan met zoeken want hij ziet zelf maar half zoveel. Dat grapje met zijn collega durft hij nog niet aan.

Het is ondertussen tijd voor de grote sprong, de grote leegte gaat geïmplementeerd worden. Het afscheid met zijn vrouw is behoorlijk emotioneel voor hen samen. Yolan heeft het zwaar, dikke tranen en Italiaanse smart, knielend en kermend, met de handen in de lucht. Het kan Johan niet weerhouden de grote stap te zetten, het ondode bestaan lonkt. Bijna geëmotioneerd en met licht vochtige ogen neemt hij afscheid; “Dag Yo” zegt Johan, hij draait zich om en loopt weg.

wordt vervolgd

pijl volgende 100

Baudet is Trump

Laatst zag ik een advertentie langskomen via de sociale wondersite facebook: gratis, masterclass over hoogbegaafdheid. Ik moest direct aan Thierry Baudet denken, die zal lachen om dat klasje, sterker nog, hij zal wel de master zijn die hoogbegaafdheid doceert. Als hij zich los kan maken van zijn schrijvers,- en modellenwerk. Thierry wil nog wel eens de aandacht zoeken met een romannetje (Van elk waarheen bevrijd )en een pikant fotoshootje (Release & reload!#summer ), een boos tweetje (over vriendinnen en agressieve Marokkanen die controleurs bleken te zijn) of de Russische invloed (Zembla) en wat extreem rechtse jongeren die in zijn partij zitten(app groepje JFvD). Verder komt alle aandacht hem vanzelf toe.

Het is voor ons Nederlanders fijn dat wij de echte Trump hebben, de Amerikaanse versie vind zichzelf geweldig, de beste en superintelligent maar is in werkelijkheid een domme, wraakzuchtige, laagbegaafde president die gekozen is met 3 miljoen stemmen minder dan zijn tegenstander. Onze Trump heeft gewoon 2 zetels in de kamer, een beetje het aantal wat de Amerikaanse versie ook hoort te hebben. Onze Trump schrijft een boek, de Amerikaanse versie heeft een zeer beperkte woordenschat maar er worden dan weer veel boeken geschreven over hem.

In Amerika gaat alles sneller en grootser en the Donald is wat betreft narcisme de overtreffende trap van Baudet. Nederland hobbelt er vaak maar wat achteraan om uiteindelijk de Amerikaanse gewoonten over te nemen. Donald liegt best veel en wat erger is, zijn kiezers vinden dat allemaal geen probleem. Ik hoop niet dat Thierry ook zo gaat liegen en dat hij zijn narcisme wat kan onderdrukken want anders is het hek van de dam. Maar net als Donald doet ook Thierry zich wat slimmer voor dan hij eigenlijk is, hij heeft wel een grotere woordenschat dan de grote leider uit Amerika maar bij het televisieprogramma  ‘de slimste mens’ viel hij akelig door de mand. Na één ronde mocht hij al naar huis omdat Maurice Wijnen (die tweelingbroer van songfestivalgoeroe Cornald Maas) en Erik Dijkstra een stuk slimmer bleken. Hij probeert zichzelf wel te upgraden door Latijnse en andere onbegrijpelijk woorden te gebruiken in zijn toespraken.

Er zijn vele overeenkomsten maar de belangrijkste ligt op het vlak waar iedereen gelijk is, het toilet. Ook de koningin kakt elke dag, net als Jan modaal. Zo heeft Trump zijn eigen wc papier met zijn eigen hoofd erop en klinkt Baudet net als bidet, de Franse kontenspoeler. Dat is geen toeval.

Moederdag, wie houdt er (niet) van?

Ik heb er niets mee, waarschijnlijk omdat ik een man ben maar aan de andere kant, vaderdag vind ik eigenlijk nog verschrikkelijker, ondanks dat ik zelf vader ben. Valentijnsdag, ook zoiets, bijna net zo erg als kerstmis, nee geef mij maar 2 oktober al is dat een lokaal gebruik. Maar goed, moederdag dus. Het is een ongeschreven regel dat de vader van het gezin de kinderen aanspoort om moeder een beetje in het zonnetje te zetten. Dat gebeurt tegenwoordig met een ontbijt op bed, daarvoor moet ik vroeg mijn bed uit om de kinderen wakker te maken en te “motiveren” om iets liefs voor mama te doen. Dat valt niet mee met twee pubers die normaal gesproken niet voor elven uit bed komen. Is er nog eentje met een ochtendhumeur bij ook, dus gezelligheid is ver te zoeken.

Als er dan, na een half uur gemopper en gebrom, een paar eieren gekookt zijn en een tosti met kaas op een bord ligt met een glas voorgeperste jus d’orange daarnaast, kunnen we de tocht naar de slaapkamer beginnen. Drie volwassen lijven stommelen de trap op en proberen stil te zijn, alsof ze ’s nachts veel te laat thuiskomen al dan niet beschonken. Dat semi stille gewankel en gekraak op de trap hoor je altijd als ouder in bed, maar toch; “zachtjes hoor, anders hoort mama het”.

Mama ligt al drie kwartier met haar telefoon te spelen om de tijd te doden, hoeveel likes, duimpjes en hartjes ze al gegeven heeft in die drie kwartier is ontelbaar. Zelfs foto’s van het dessert van gisteravond van de achternicht uit Frankrijk worden leuk gevonden. Ook de eerste moederdag ontbijt foto’s duiken al op, met gelukkige en blije mama’s en kinderen. Mama heeft ondertussen een shirt aangedaan want een blote moeder kunnen de kinderen echt niet aan, dat weet iedereen.

Enigszins ongemakkelijk wordt het bord met eten op het bed gezet en mama begint te stralen, heerlijk, wat aardig, wat lief, wat lekker. Het eten wordt naar binnen gewerkt onder een gezellig gechitchat. Dit duurt ochtendhumeurkind te lang en hij vraagt of de tosti nog opgegeten wordt, hij heeft zelf ook wel trek gekregen. Tuurlijk jongen, neem maar. Als een halve minuut later de tosti weg is dan is het ook tijd om te gaan. Maar niet voordat de cadeautjes gegeven worden, precies mijn luchtje, dankjewel kinderen. De bedankzoen is het teken om de kamer te verlaten, papa en mama blijven achter met de etensresten op en naast het bord.

Waar is die tijd dat ze nog gewoon een tekening gaven en dat je daar blij mee was. Die tekening bestond altijd uit een paar krassen en halve rondjes in allerlei kleuren. Daar werd dan bij geschreven wat het was, dat kon van alles zijn maar vaak was het een huis met de poes ofzo. Ik heb er wel eens iets anders bijgeschreven; Nico neukt dode walvis. Ik had er ook NICO bij geschreven met een pijl naar iets wat leek op een lijf met zijn broek op zijn enkels, en WALVIS met een pijl naar een grijze kleurexplosie. Het leek precies, ik heb het toch maar niet gegeven, dan zouden de kinderen allerlei gekke vragen gaan stellen en zou ik te veel moeten verzinnen. Zo veel dat ik het uiteindelijk zelf niet mee zou weten, daarom heb ik het niet gedaan. Ik had ook; hond eet dood vogeltje erbij kunnen schrijven, daar leek het ook op. Of oma op een bakfiets of de lul van opa meteen druppel eraan.

Dat is het mooie van die tekeningen en daarom mis ik het ook. Ik denk erover om zelf zo’n tekening te maken en die te geven met moederdag. Even een goede tekst bedenken, misschien wordt moederdag toch weer leuk, ik heb er nu al zin in eigenlijk. Ik ga rood en roze potloden gebruiken.

Luchtgitarist slaat verkeerde noot aan

Het oefenen komt zijn neus uit maar hij kan niet anders. Bob moet daar één keer in zijn leven geweest zijn, Oulu in Finland, bedevaartsoord der luchtgitaristen. Op de koelkast heeft hij een foto geplakt van de winnaar van vorig jaar ‘Nordic Thunder’. Op zijn knieën, achterover hellend met een luchtgitaar op zijn buik. Tong uit de mond en bezig met de solo van zijn leven. Duizenden mensen stonden vol verwondering te kijken en te joelen voor het podium. Dat wil Bob ook en daarom doet hij mee aan een van de nationale voorrondes in Limburg, in zijn eigen dorp America. Dit is een thuiswedstrijd dus de overwinning kan hem niet ontgaan.

Nog twee weken en dan is het zover, Bob is hier al zeker een half jaar, dagelijks mee bezig. Een meesterlijke mix van gitaarsolo’s heeft hij op een cd gebrand. Eigenlijk is hij daar de meeste tijd aan kwijt geweest, zo’n maand of vijf. De tijd begint nu dus aardig te dringen. De solo’s kent hij wel uit zijn hoofd en nu nog een goede act erbij. Bob weet niet of hij de hippie, of hardrock look moet aanmeten, het wordt een merkwaardige mengeling van metal, disco en glamrock. Zijn moeder heeft een outfit genaaid waar je u tegen zegt. Nu kan de overwinning hem helemaal niet meer ontgaan. Nog twee dagen en Bob is onrustig. Hij loopt maar heen en weer in huis en zit om de haverklap op het toilet. Ook eet hij weinig, hij ziet er zelfs wat witjes uit. Als hij wakker wordt op de dag des oordeels moet hij overgeven. In plaats van een beetje medeleven krijgt hij een klap voor zijn hoofd van zijn moeder, ’en nu eet je je pap op anders krijg je nog een pets’. Daar heeft Bob geen weerwoord op dus hij begint te eten en de kleur verschijnt direct weer in zijn gezicht. Dat kan ook van die klap komen.

Als Bob ’s avonds aankomt in het onderdeurtje beginnen de zenuwen weer op te spelen. Hij neemt een biertje en voelt zich beter. Zijn hele familie is gekomen om hem te steunen want er is ook nog zoiets als een publieksprijs en Bob wil het zekere voor het onzekere nemen. Als een uurtje later de show begint, heeft Bob al een paar drankjes op en is zijn zenuwen helemaal kwijt. Hij wordt een beetje overmoedig zelfs. Hij heeft niet veel tegenkandidaten, maar twee, en die hebben niet eens een podiumoutfit. Bob is als laatste aan de beurt, alle voortekenen zijn gunstig. Zijn opkomst is oogverblindend en iedereen is stil, zijn eerste aanslag is weergaloos en iedereen wordt rumoerig. Ongekend succes is zijn deel en Bob gaat door zijn knieën voor het hoogtepunt van zijn show. Op dat moment ziet hij een gebit het podium op vliegen, zijn oom had uit puur enthousiasme zijn tanden uitgespuugd, tandeloos stal hij de show voor het podium. Het publiek gaat uit zijn dak.

Van weeromstuit slaat Bob een verkeerde snaar aan en krijgt een black out. Wezenloos kijkt hij het publiek in, de muziek gaat gewoon door en niemand heeft meer oog voor Bob. Oom Ike is het middelpunt van de dansvloer. Als het nummer is geëindigd begint iedereen te applaudisseren en te joelen voor zijn tandeloze oom, maar het podium is leeg ondertussen. Met gebogen hoofd en betraande ogen is Bob het café uit gelopen, de schaamte is te groot. In de verte hoort hij het gejoel nog nagalmen. Bob heeft al zo’n hekel aan oom Ike en nu verpest hij zijn avond ook nog eens.

Toen Bob een jaar of vier was heeft hij zijn oom betrapt in de keuken tijdens een verjaardag van zijn moeder. Oom Ike had veel te veel gedronken en stond met zijn broek op zijn knieën voor de koelkast. Hij dacht dat het een toilet was en stond in de koelkast te plassen, over de kaas en de eieren. Bob schrok zich een ongeluk en wilde wegrennen maar hij gleed uit, het was glad geworden in de keuken. Ondanks zijn dronkenschap wilde Ike niet dat dit een familieverhaal werd en sprong boven op Bob. Bob lag in een plas pis met zijn dronken stinkende oom boven op hem en die siste hem toe “jij gaat dit nooit vertellen anders weet ik je te vinden”. De lucht uit de mond van oom Ike was die van rotte eieren en dat maakte het dreigement serieus. Bob moest vertellen dat hij in zijn broek had geplast en dat het daarom zo nat was in de keuken. Sinds die tijd is hij bang voor Ike en ontloopt Bob hem ook altijd. Tot deze avond in ieder geval, plotseling stond hij daar tussen het publiek. Bob verdenkt hem ervan dat hij dit expres heeft gedaan met zijn lelijke rotkop. Eigenlijk wil Bob omdraaien om Ike eens goed op z’n lazer te geven. Ike is een klein mannetje gebleven in vergelijking met Bob. De pislucht komt weer boven drijven en Bob draait zich om. Hij is woedend, met terugwerkende kracht, en zet het op een rennen. Eenmaal terug in de kroeg blijkt Ike verdwenen te zijn. Het is stil in de kroeg, de jury heeft zich teruggetrokken en het wachten is op de uitslag. Bob hijgt uit en kijkt eens rond, niemand merkt hem op. Nu is het echt tijd om te gaan, hij kijkt nog eens achterom en trekt de deur achter zich dicht.

De nacht is stil en Bob weet niet waar hij naar toe wil, hij begint maar te lopen. Tijdens de wandeling blijft het maar malen in zijn hoofd, ‘wat als dit’ en ‘had ik maar dat’ tot hij bij een rotonde aankomt. Hij kijkt eens om zich heen en daarna op zijn horloge, meer dan een uur is hij al onderweg. Deze rotonde kent hij niet en het lijkt wel of het donkerder en donkerder wordt boven deze rotonde. Ergens ver weg hoort hij een geluid en dat lijkt steeds dichterbij te komen. Kees, de dorpsgek, staat te zwaaien met zijn armen in de lucht alsof er een vliegtuig binnengeloodst moet worden. Normaal gesproken houdt kees zich met wegverkeer bezig maar hij lijkt gepromoveerd. Toch klopt er iets niet, er lijkt rook uit Kees te komen en hij stinkt. Normaal gesproken ziet Kees er dan wel onverzorgd uit, hij ruikt wel altijd lekker, tot nu dan. Alsof er een aangebroken pak melk en 3 ons ossenworst een weekje in een kapotte koelkast gelegen heeft. Het doet hem ook een beetje denken aan zijn oom. Onverwerkte woede komt naar boven en Kees blijkt Kees ook niet te zijn. Een bulderende lach vult de ruimte en het is niet de lach van Kees. In een flits realiseerde Bob zich waar hij zich bevind en dit laat hij zich geen twee keer realiseren. Hij pakt zijn luchtgitaar en geeft midden op het kruispunt de solo van zijn leven, op zijn knieën, achterover hellend met de gitaar uit zijn buik en zijn tong uit zijn mond.
De duivel loopt weg met de ziel van Bob onder zijn armen. Uitgeput blijft Bob zitten tot het gelach verstomd in de verte. Met een glimlach van oor tot oor rent Bob terug naar de kroeg. Als een cowboy schopt hij de deur open en iedereen kijkt verbaasd om. Zonder woorden zet de kastelein Bob’s cd op, Bob soleert als een malle, speelt de vlammen uit zijn broek tot er daadwerkelijk rook van zijn luchtgitaar komt. Verbijstering alom, het publiek valt stil, de monden vallen open en bij een enkeling loopt het kwijl eruit. Na de verbijstering verandert geroezemoes tot een voorzichtig gejuich, het gejoel en applaus wat daarop volgt, welt op tot een ovatie. Het bier gaat van hand tot hand en uiteindelijk door de lucht. Het is een mooie avond waar de vrouwen sidderend als bakvissen om hem heen komen te staan. Een droom komt uit en de reis naar Finland is aanstaande maar het voelt toch anders want waar hij ook loopt, hoe hard hij ook rent, hij blijft achterom kijken, telkens weer, alsof hij de duivel op zijn hielen voelt.

 

Obstipatie bij U2

Elvis ging dood aan obstipatie, was laatst op tv, weer wat geleerd. Was ik ooit een enorme Elvis fan die zijn moeder zag huilen toen the King doodging. Nu ben ik liefhebber van de mythe Elvis. De man die uit zijn glitterpak knapte omdat hij te dik was en zich volstopte met hamburgers, medicijnen en drugs. Die een leven leidde dat voor niemand te bevatten was. Hij ging dood omdat hij al een week (of misschien wel langer) niet kon poepen. Het toilet werd zijn dood en hij stierf op de plee. Hij kukelde voorover op de grond om vijf uur later, ijskoud en morsdood, gevonden te worden. Als ik dood zou neervallen op mijn wc dan zat ik met mijn hoofd tegen de muur nog steeds op de wc.

Vrienden van mij denken bij poep al snel aan Bono (poepmuziek), ik niet, of toch eigenlijk wel. Toen ik 18 was ging ik naar mijn eerste festival, het was in België. Je kon naar Torhout of naar Werchter, wij gingen naar Torhout. Daar zag ik REM hun eerste hit spelen en The Ramones. Groep of grap stond er in het programmaboekje, nou ik wist het wel, wat een grap zeg.

U2 was het hoogtepunt in 1985. Mijn vrienden wilden heel graag vooraan staan. Een van die vrienden moest heel nodig naar de wc maar we hadden ons met heel veel moeite naar voren gewurmd. Hij moest supernodig poepen maar had besloten het in te houden want hij wilde zijn plaats niet opgeven. Rob Zwaan heette hij. Rond zijn dertigste kreeg hij een tumor in zijn hoofd en dat heeft hij niet overleefd.

Rob was gedenkwaardig. Doe alles wat je doet met hart en ziel zongen de Tröckener Kecks rond die tijd en dat deed hij, altijd. Hij was organisator van de lokale straatvoetbalcompetitie, reed hij in een Porsche, liep de marathon van Hawaii en Reykjavik, was zanger in een band en voetbalde in het eerste van onze lokale voetbaltrots, Ter Leede. Met Elvis en zijn poepproblemen zie ik Rob weer voor me, vooraan in die mensenmassa bij U2. Ik kreeg plaatsvervangend buikpijn toen hij met zijn kiezen op elkaar, zijn ogen halfdicht en gespannen als een veer zei: “Ik ga nu echt niet weg”. Het weerhield hem niet om op en neer te springen en I will follow mee te blèren. Het weekend was onvergetelijk en U2 was geweldig, Bono zong en Rob sprong. Met hart en ziel.

 

 

beeld en geluid:  concert van U2 in Werchter, een dag na Torhout (geluidskwaliteit is iets beter dan de torhout versie). twee weken later was live aid en daar speelde U2 ook.

Showpiemel en Konijnenman

In deze coronatijd kan ik niet naar de sportschool, die is gesloten. We zijn nu zo’n zeven weken in intelligente quarantaine en de coronakilo’s hebben mij ook weten te vinden. Voor de pandemie ging het erg goed en was ik zelfs afgevallen, helaas ben ik ook kleiner geworden. Dit heeft te maken met wervelinzakkingen en ik ben een stuk of tien centimeters gekrompen. Dit tot hilarisch genoegen van mijn kinderen die mij nu schattig vinden in plaats van groot, bruut en indrukwekkend. Mijn kortere ik weegt nog wel hetzelfde dus verhoudingsgewijs ben ik een stuk dikker geworden. Ik zie het ook in de spiegel, ik heb en stukje vel over en dat hangt er irritant bij. Om dat probleem recht te trekken ging ik dus met regelmaat naar de sportschool en dat is een ervaring waar je u tegen zegt, al die sportieve mensen in strakke pakjes, zwetend en wel. Ik begin op een laag niveau dus  voel ik de ogen priemen van mijn mede sportschoolgangers.

Daar zitten wel vreemde figuren tussen, de konijnenman bijvoorbeeld. Die doet zijn oefeningen net zo snel als een wippend konijn, ik word daar heel zenuwachtig van. Zo is er ook het tatoeage meisje, die altijd, maar dan ook ‘altijd’, op het dezelfde crosstrainer traint. de tattoos op haar kuiten gaan er wekelijks indrukwekkender uitzien. Ze traint als ik aan kom, als ik wegga en ook als ik er niet ben volgens mij. Soms kom ik op onregelmatige tijden of dagen, maar ook dan is ze er. Is het een professioneel langlaufer of Nordic Walker? Ik weet het niet. Ook is er de ouwe mannenclub, allemaal 70-plus mannen die op zijn elfendertigst bewegen maar het wel prima naar hun zin hebben. Soms zijn ze fitter dan ik daarentegen, maar in de kleedkamer komt de ware aard naar boven en zie ik mijn voorland als die mannetjes gaan douchen. Bevreesd zie ik ze gaan, knokkeltenen, hangbillen en rimpelknieën.

Ook zijn er mannen die het erom doen om zo lang en uitgebreid mogelijk in hun blootje rond te lopen in de kleedkamer. Eén man stond lekker au naturel te zijn, en was op zijn dooie gemakje al zijn spullen aan het rechtleggen, zijn deodorant aan het zoeken, handdoekje opvouwen, haartjes kammen. Hij stond ook griezelig dichtbij me, nonchalant met die piemel heen en weer, ik kon er slecht tegen. Er was verder niemand anders in de kleedkamer.

Ondertussen mis ik dit enorm en prijs de dag dat ik weer in de kleedkamer zit met de discussies van de ouwe mannenclub. Dat die blote man weer heen en weer paradeert met zijn gebruinde gespierde lijf en zijn keurig geschoren showpiemel. Dat ik dan weer ongemakkelijk de andere kant op kijk en vervolgens, naast de konijnenman mijn oefeningetjes doe, dat ik al moe word als naar hem kijk. Dan zal ik doorgaan, in een tergend traag tempo als een slak met ademnood, maar wel met een grote glimlach.

Free the pussies

Het is 2013, vrijdag 26 juli rond een uurtje of 12, ook wij willen Pussy Riot uit het Russische gevang hollen in onze blote billen. Met mijn twee beste vrienden zijn we op het festivalterrein, op zoek naar een route om ons om/uit te kleden voor de Naked Run. Kortste route is door het rennerskwartier maar omdat wij geen echte motorrenners zijn worden we daar tegengehouden. Het rennerskwartier is een tijdelijk leefgebied voor motorrijders en deelnemers van alle races/wedstrijden op de crossbaan die dat weekend plaatsvinden. Omdat het er heel veel zijn, is het een groot campingterrein voor ingewijden.

Ondertussen komen er nog een paar Naked Runners bij en groeit ons groepje tot een man of zes. Na wanhopige smeekbedes bij de hekbewaker, want de tijd tikt door, komt de ware zwarte crosser in deze man naar boven en mogen we alsnog door het rennerskwartier naar de start van de Naked Run.

Het begint te regenen, hard, harder, hardst en de tocht tussen de auto’s, campers en motoren door eindigt zeikend nat, zoals de Engelsen zo mooi kunnen zeggen. Gelukkig kunnen we onze kleren uitdoen en krijgen een droge zachte ochtendjas en een helm. Die heb ik nog steeds. Bij het uitkleden schrik ik wel enigszins want ik blijk van het ene op het andere moment in het bezit van een micropenis, dat heb ik niet ingepland. In eerste instantie gaat de ochtendjas eroverheen maar die zal toch een keer uit moeten. In de rij, voordat we de crossbaan op mogen, staat iedereen nog netjes met zijn badjas aan, zonder helm. Daar kom ik een bekende tegen, hij is geluidsman; “Hé Ries, jij ook hier”. Deze voortekenen zijn niet goed, ik krijg al visioenen dat hij en zijn cameraman, mij op zoeken tijdens de loop en dat daar, tot hilariteit van hem en de rest van Nederland, mijn kleine getoond wordt aan de ganse natie. Gelukkig kan ik mijn helm opdoen. Een snelle blik onder mijn badjas stelt me niet gerust, het lijkt niet meer goed te komen vandaag.

Er lopen 450 mensen mee en iedereen loopt in zijn blote kont en heeft een helm op dus ik ben echt niet te traceren. Er zijn nogal wat mensen die boodschappen schrijven op hun lijf, ik heb ook een plan: “Free The Pussies” wil ik op mijn buik schrijven, als leuke grap met dubbele bodem. Door het ontbreken van een stift en een toonbare piemel heb ik daar maar van afgezien. Wat ben ik blij dat ik dat niet gedaan heb, dat zou dan wel de grootste grap van het festival geweest zijn. Ik heb een klein beetje de hoop dat ik tijdens het rennen de boel een beetje los zal schudden en dat alles weer bij zal trekken, helaas gebeurt dit niet. Ik ren zij aan zij met mijn ene beste vriend terwijl die andere de luwte denkt te vinden door achter Giel Beelen aan te rennen. Giel, en de cameraploeg die met hem mee rent. Dat is ook niet zo’n goed plan om onopvallend deze run te volbrengen. Ik loop tussen de massa en ben één van de velen maar dan wel die met die kleine. Eenmaal de filmpjes terugziende is het voor mij al lastig om mezelf terug te vinden… tot ik de foto’s zie. Aangezien mijn maat onder de tattoos zit is hij vrij eenvoudig te lokaliseren, ik dus ook, aangezien ik er naast loop. Ėén foto duikt constant op tot in het nationale festival magazine ‘de Harder’ aan toe; mijn maat prominent voorop en ik erachter. Ik noem het altijd maar mijn genderneutrale dag, daar kom ik meestal wel mee weg.

Als ik begin 2019 zie dat Pussy Riot in Haarlem speelt voel ik me daar 1/450ste deel verantwoordelijk voor. Dan doe ik mijn helm op, mijn kleren uit en ren een rondje door het huis. Free the Pussies schreeuw ik tijdens het rondrennen en ik ben net zo gelukkig als vijf en een half jaar terug. Wel als mijn kinderen het huis uit zijn.